Interculturele bemiddeling: waarom neutraliteit niet altijd volstaat

16 oktober 2026

Blog Image

Door Julie Bynens en Peter Van der Auweraert

Julie Bynens is diplomate, voormalig secretaris-generaal van het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken en voorzitter van het Voorzitterscollege (VOCO) van de Vlaamse overheid. Peter Van der Auweraert is internationaal onderhandelaar en erkend bemiddelaar.

Hoe herken je cultuurverschillen aan de bemiddelingstafel, en wat doe je ermee? In dit stuk kijken we wat ze eigenlijk zijn, waarom ze onze neutraliteit onder druk zetten, en wat je er in de praktijk mee doet.

Cultuurverschillen in bemiddeling

Als cultuurverschillen ter sprake komen, denken we spontaan aan landen. Iedereen weet toch hoe Nederlanders en Duitsers communiceren in vergelijking met ons, Belgen? Direct, soms bot. Ernstig en humorloos. Wij zijn bescheiden en conflictschuw. Wie zo denkt, besluit al snel dat interculturele vaardigheden iets zijn voor wie internationaal werkt, en dat je je dan vooral in de nationale cultuur van de partijen verdiept. De praktijk spreekt beide conclusies tegen.

Nationaliteit springt in het oog. Je leest ze op een paspoort, je hoort ze aan het accent, en de clichés liggen klaar nog voor iemand iets heeft gezegd. Alleen: als twee mensen een nationaliteit delen, lijken ze dan ook op elkaar? Veel minder dan we denken. Uit honderden studies over waarden en gedrag blijkt dat bijna tachtig procent van de verschillen zich binnen landen afspeelt, niet ertussen. Beroep en sociaaleconomische status voorspellen iemands waarden beter dan nationaliteit.

“Cultuur gaat over meer dan nationaliteit.”

Het gaat over de ongeschreven regels die bepalen wat “normaal” is: hoe je spreekt, hoe je nee zegt, hoe snel je beslist. Die regels leer je thuis, maar evengoed op school, in je beroep, je generatie en je sociale milieu. Een Vlaamse advocaat leest een stilte wellicht anders dan een Vlaamse arbeider. En een overheidsdienst, een ngo, een familiebedrijf en een multinational hebben elk hun eigen manier van vergaderen, beslissen en tegenspreken.

Wie cultuur zo als context bekijkt, ziet meteen dat interculturele vaardigheden in veel meer bemiddelingen van pas komen dan die met een verschillend paspoort.

Neutraliteit in interculturele bemiddeling

Neutraliteit is een van de belangrijkste regels voor een bemiddelaar. Het Gerechtelijk Wetboek schrijft ze voor, naast onafhankelijkheid en onpartijdigheid, en de Deontologische Code van de Federale Bemiddelingscommissie omschrijft ze als het zich onthouden van advies dat de oplossing kan beïnvloeden.

In de praktijk brengen we die neutraliteit expliciet over, door te zeggen dat we neutraal zijn en geen belang hebben bij het geschil, en impliciet, door gelijke spreektijd te bewaken en de partijen gelijk te behandelen. We gaan er daarbij stilzwijgend van uit dat neutraliteit een universeel principe is, een vaste waarde die we met de partijen delen.

Maar volstaat dat in een interculturele bemiddeling? 
Onze technieken zijn zelf cultureel gekleurd, en goede bedoelingen zeggen weinig over hoe ze aankomen. Neem gelijke spreektijd, voor ons het schoolvoorbeeld van evenwicht. Voor wie uit een sterk hiërarchische organisatie komt, is het een bruskering dat de jongste medewerker evenveel ruimte krijgt als de directeur. 

Of de caucus: bedoeld om vrijuit te spreken, voor wie het niet kent al snel een teken dat er achter zijn rug iets wordt geregeld. En onze terughoudendheid: in veel contexten is de derde iemand met gezag, van wie je een voorstel verwacht. Wie alleen vragen stelt, komt dan niet neutraal over, maar onverschillig of zelfs onbekwaam. Neutraliteit is dus niet alleen iets wat de bemiddelaar uitzendt, maar ook iets wat bij de partijen moet aankomen.

“Neutraliteit is niet alleen iets wat de bemiddelaar uitzendt, maar ook iets wat bij de partijen moet aankomen.”

Niet toevallig is “de bemiddelaar was niet onpartijdig” een vaak terugkerende klacht bij de Tuchtcommissie. De bemiddelaar hoeft daarvoor niet partijdig te zíjn; het volstaat dat een partij het zo beleefde. Daar zit de cultuurval: we letten op wat we uitzenden, niet op wat binnenkomt.

Hoe pak je cultuurverschillen in de praktijk aan?

Vermijd de twee klassieke valkuilen. De eerste is cultuur onderschatten: denken dat ze pas meespeelt bij een verschillend paspoort, en zo voorbijgaan aan beroep, opleiding en milieu. De tweede is cultuur overschatten: elk gedrag lezen als “typisch” voor de groep waartoe een partij behoort, en zo de persoon uit het oog verliezen. Of, zoals communicatiewetenschapper Edwin Hoffman het zegt: niet culturen, maar mensen ontmoeten elkaar.

Hoe vermijd je beide? In onze eigen praktijk, van Vlaanderen tot in conflictgebieden, houden we ons aan drie vuistregels.

  1. De eerste: beschrijven voor we verklaren. Niet het verschil doet een bemiddeling vastlopen, wel de lezing ervan. Twee minuten stilte na een voorstel zijn voor de ene bemiddelaar weerstand, voor de andere bedenktijd. Wie eerst benoemt wat hij ziet en pas dan verklaart, houdt meer opties open: de persoon, de situatie, de context.
  2. De tweede: vragen voor we invullen. Vraag het, liefst in een kort gesprek vooraf met elke partij. Niet “is dit typisch voor uw cultuur?”, wel: hoe laat men bij u weten dat iets moeilijk ligt? Wie moet een akkoord goedkeuren? Wat maakt een oplossing eerlijk? Zo haal je cultuur op in plaats van ze te veronderstellen. En omdat “bemiddelaar” niet overal hetzelfde betekent: leg uit wat je wel en niet doet, en vraag wat de partijen van jou verwachten.
  3. De derde: het proces aanpassen, zonder de neutraliteit los te laten. Wat we zo leren, vertalen we naar het tempo, wel of geen caucus, wie wanneer aan het woord komt, soms een co-bemiddelaar. Wie een indirecte partij evenveel aan bod wil laten komen als een partij die er recht op af gaat, zal beide anders benaderen. Dat is geen inbreuk op de neutraliteit: die gaat over de inhoud van de oplossing, niet over de weg ernaartoe.

Van bewustzijn naar vaardigheid

Cultuur speelt bijna altijd mee aan de bemiddelingstafel, ook als iedereen hetzelfde paspoort heeft, en de partijen lezen onze neutraliteit door hun bril, niet door de onze. In december gaan we daar in onze masterclass dieper op in. Want bemiddelen in een interculturele context vraagt geen andere bemiddeling, maar een andere manier van kijken.

Op 1 december 2026 geven Julie Bynens en Peter Van der Auweraert de masterclass Bemiddelen over de culturele grenzen heen. Meer informatie over de masterclass en inschrijven kan via deze link.